Gratis Hardloopschema's

De slag bij Alkmaar

Anderhalve week na de 10 kilometer van de Alkmaar City Run liep ik de 5 kilometer van Rondje Oudorp. Om vervolgens mijn ‘Rondje Alkmaar’ twee weken daarna af te sluiten met de 4 kilometer van de Spoorbuurtloop. Het zou een mooi gevecht worden.

Een prettig gevecht in Oudorp

De twijfel sloeg weer toe. Maar deze keer voelde het vertrouwder. De gezonde spanning voor de wedstrijd waar iedereen het altijd over heeft. Waar zal ik gaan staan in het startvak? Is het niet te warm voor een snelle tijd? Is mijn warming-up voldoende geweest? Hoe deel ik mijn race in? Een prettig gevecht in mijn hoofd, in plaats van een oorlog.

Ik had voor mijzelf een streeftijd van 20:30 gekozen, op basis van de tijden van mijn eerdere wedstrijden. Bij de start begon ik redelijk snel. Ik liet mij toch teveel beïnvloeden door de menigte voorop. De eerste kilometer liep ik iets onder de 4 minuten. Door de warme straten van Oudorp herkende ik één van de organisatoren van de Dijkloop in Koedijk. Zij eindigt vaak als eerste vrouw bij lokale wedstrijden met tijden rond de 20 minuten op een 5 kilometer. Ik besloot haar te volgen, zodat ik een gelijkmatig tempo kon behouden.

Dat plan was een wijs besluit, want de volgende twee kilometers liepen we precies 4 minuten per kilometer. Hierna liepen we uit de woonwijken, de polder in. De wind had hier vrij spel. Dat zorgde voor een beetje afkoeling, maar ook een langzamer tempo. Ik gaf aan bij mijn gelegenheidshaas dat ik bij kilometer 4 zou gaan versnellen. Ik bood haar aan om mij dan te volgen, zodat ze de enige dame voor ons zou inhalen. Dit aanbod verviel even later, omdat we gezamenlijk de eerste vrouw inhaalden.

Toen we nog een kilometer hadden te gaan, zette ik mijn versnelling in. Ik richtte me op een man voor mij. Toevallig was dat één van de andere organisatoren van de Dijkloop. Binnen een paar honderd meter liep ik vlak achter hem. De versnelling had echter zo veel van mijn lichaam geëist dat ik de laatste honderd meter, waarbij een stijl bruggetje beklommen moest worden, mijn tempo moest aanpassen. Met mijn horloge op 21;03 liep ik over de finishlijn.

Mijn streeftijd had ik niet gehaald. Maar de versnelling die ik maakte in de laatste kilometer gaf mij hoop voor de volgende wedstrijd. Want daar zouden mijn ervaringen en trainingen moeten resulteren in een podiumplek.

Secondespel in de Spoorbuurt

Vorig jaar liep ik ook de 4 kilometer van de Spoorbuurtloop en eindigde ik mijn verslag met het doel om de volgende keer 6 seconden sneller te zijn. Dit omdat ik toen slechts 6 seconden verwijderd was van een podiumplek. Mijn doel was dan ook duidelijk. Een podiumplek behalen door net iets sneller te lopen.

Tijdens de warming-up voelde ik mij goed. Ik had er echt zin in. Het hardlopen door de smalle straatjes van deze buurt heeft altijd iets speciaals. Ik positioneerde mij op de derde rij in het startvak. Met het wachten op het startschot merkte ik dat het toch behoorlijk heet was. En dat al rond 11 uur.

Mijn plan was om een schema per kilometer te lopen dat uiteindelijk uitkomt op 15:30. Om precies te zijn: 4:00/4:00/3:45/3:45. Ambitieus, maar niet onmogelijk. Toen het startschot klonk, kon ik al snel een paar plaatsen opschuiven. Na de eerste bocht kon ik mijn plekje vinden en na een paar bochten had ik goed zicht op mijn positie. Voor mij, en veel sneller lopend, drie mannen. Wat dichterbij mij een andere man. Vervolgens ik.

De eerste kilometer ging in 3:55. Ik probeerde iets langzamer te lopen, maar evengoed wilde ik de man voor mij niet uit het oog verliezen. Al snel voelde ik dat de warmte mij parten speelde. Het was benauwd. De tweede kilometer ging wat moeizaam. Ik merkte dat iemand mij volgde. Deze man voelde zich duidelijk wat beter, aangezien hij kon reageren op de aanmoedigingen van het publiek. De eerste twee kilometers gingen voorbij, mijn horloge was ik vergeten te bekijken. Ik probeerde mij te focussen op mijn positie. De drie voorste mannen had ik niet meer gezien. Ik moest mij richten op de man voor mij. Zo´n 30 meter was het verschil. Ik hoopte dat er op z´n minst één van de mannen die vooraan liepen de 8 kilometer aan het lopen was in plaats van de 4 kilometer, zodat ik nog een podiumplek kon behalen.

Na de derde kilometer wist ik het zeker. Het gaat aankomen op de laatste meters. De man voor mij was ik namelijk genaderd. Het verschil was zo´n 10 meter nu. En achter mij werd ik nog steeds gevolgd door ene ´Jochem´. Hij kon reageren op het publiek, drinken aannemen en ik hoorde hem geen enkele keer zwaar ademen. Zo ongeveer het tegenovergestelde van mijn situatie. Ik wist dat hij mij voorbij zou sprinten in de laatste meters. Het enige wat ik zou kunnen doen was hem proberen te verrassen. Hij wist dat ik moe begon te worden. Dat moest hij hebben gemerkt. Hij wist dat hij mij kon ´hebben´. Zijn gedachten en zijn inschatting van mij zijn nog de enige dingen die in mijn voordeel zouden kunnen werken. Dat kon ik gebruiken in de laatste meters.

In de laatste honderden meters ging het parcours licht omhoog, om vervolgens weer een stuk te dalen. Hier versnelde ik licht, waardoor we de man voor ons tot op een paar meter naderden. We liepen de bocht om. Vanaf hier nog zo´n 250 meter. Ik kwam tot vlak achter de man en zonder dat ik de beslissing had gemaakt versnelde ik. Mijn laatste sprint. Mijn enige hoop.

Ik versnelde en vloog langs de man, hopend dat ik hiermee mijn achtervolger verras. Dit alles deed ik door in de smalle straat tussen een boom en een paaltje door te sprinten. Heel even is er de hoop dat deze superkrachten aanhouden. Dan door twee bochten. Mijn benen verzuurden. Mijn maag draaide. Ik naderde de laatste 100 meter en ik voelde dat er niet meer in zat. Mijn achtervolger sprintte vervolgens langs mij. Veel sneller dan ik nog kon. Ik probeerde hem te blijven volgen, maar tevergeefs. Ongeveer 10 meter achter hem finishte ik. Bij het uithijgen zag ik in mijn ooghoek dat er op zijn startnummer een ´3´ werd geschreven. Weer vierde.

De slag verloren, maar niet mijn gevecht

Mijn tijd, zag ik later op de website, was 16:20. De nummer 3 liep 16:15. Het bleek wederom een secondespel. Vijf seconden sneller en ik stond op het podium. Ik had de slag verloren. Wellicht dat ik volgend jaar het gevecht weer aanga. Mag ik, om mijzelf moed in te praten, stellen dat ik één seconde ‘sneller’ ben dan vorig jaar?

Auteur

  • Sander Kunst

    Ik ben Sander Kunst (1985). In 2015 begon ik met hardlopen, nadat ik meer dan de helft van mijn leven had gevoetbald. Redelijk onvoorbereid en op zaalvoetbalschoenen liep ik mijn eerste wedstrijd, de halve marathon van Hoorn. Sindsdien geniet ik van allerlei verschillende wedstrijden en uitdagingen. Op dit moment train ik voor mijn allereerste marathon (maart 2019) en de Koning van Spanje Ultimate Trail (mei 2019).

    Bekijk Berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.