03 juni – 08:35 Bedoin (Frankrijk).
Wachtend voor de start, van de hardlopers van de Tour du ALS, neem ik in me zelf nog eens door waarom ik hier eigenlijk sta en wat ik zo meteen probeer te gaan bereiken.
Op 6-5-16 kreeg mijn vrouw Margreet te horen “sorry mevrouw, maar u heeft ALS”. Haar en onze wereld stortte in omdat we inmiddels al wisten wat dit in zou gaan houden. Een oneerlijke en niet te winnen strijd naar het einde. Op een gegeven moment kwam ik ook hierdoor in contact met de Tour du ALS, de stichting die probeert met het bedwingen van de ‘kale berg’ de Mt. Ventoux zoveel mogelijk geld op te halen voor onderzoek en bestrijding van de dodelijke spierziekte ALS.
Om 09:00, wordt er afgeteld voor de start van de, slechts, 12 hardlopers die de uitdaging met de berg aan willen/durven gaan. Om 08:30 waren al ongeveer 60 wandelaars vertrokken en om 09:30 zouden er ongeveer 350 fietsers van start gaan.
Daar gaan we dan, op weg naar de top die 21,5 km verder en 1600 meter hoger op ons ligt te wachten. Ik heb me voorgenomen om niet te hard te vertrekken ivm met de warme en benauwde omstandigheden die er momenteel heersen (24 gr / 85%) en daarnaast is het één lange klim zonder enig stukje afdaling om te herstellen.
De eerste 6 km, de relatief vlakste, gaan ondanks de warmte vrij voorspoedig en ik kan me goed handhaven tussen de andere lopers. Wel ben ik een keer naast de weg gestapt en voel ik mijn onderrug een beetje maar het belemmert mij verder niet. In het bos is het benauwd en mijn kleding is al snel drijfnat, maar gelukkig heb ik een camelback met sportdrank zodat ik kan blijven drinken.
Vanaf kilometer zes neemt het stijgingspercentage snel toe en zal de komende 9 kilometer variëren tussen de 8,5% en de 11%. Nu het steiler wordt merk ik dat mijn rug toch wel een ‘knauw’ heeft gehad en ik niet voluit door kan lopen dus ik besluit om op het moment dat het niet meer lukt te wandelen totdat de pijn wegtrekt en dan weer door te lopen. Dit kan ik gelukkig volhouden tot aan het ‘Plateau Reynard’. Hier is een ‘fanzone’ ingericht met patiënten en andere supporters. Ik besluit om hier even bij te praten met mijn vrouw, dochter en andere familieleden in de hoop dat mijn rug dit ook kan waarderen.
Het plateau is meteen het begin van het ‘bekende’ maanlandschap van de berg wat doorgaat tot aan de top 6 kilometer verder. Op het moment dat ik voorbij een EHBO-post loop wordt ik aangesproken door een fysiotherapeute die ziet dat in niet lekker ontspannen loop en zij besluit mijn onderrug even snel te masseren.
Als ik weer door loop merk ik helaas dat de massage niet al teveel heeft geholpen en op het moment dat Margreet met de ambulance voorbij komt besluit ik om de rest samen met mijn dochter Meintje wandelend af te leggen. We kunnen met zijn tweeën het tempo er (erg) goed inhouden en halen zelfs enkele klimmende fietsers in. Op de top aangekomen worden we onthaald door andere deelnemers, de organisatie, patiënten en natuurlijk ons eigen familie. Dit is een emotioneel moment waarbij de nodige tranen vloeien en je jezelf realiseert hoe blij je nog mag zijn dat je dit allemaal nog kan.
Achteraf blijkt dat ik het geheel in 3:19:05 heb afgelegd wat neerkomt op een gemiddelde loopsnelheid van 6,5 km/uur en dat met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,4%. Ikzelf ben hier tevreden over omdat ik weet dat er meer in had gezeten zonder mijn ‘rugblessure’.
Ik heb mij nu voorgenomen om de eerstvolgende Tour du ALS op 08-06-17 de ‘kale berg’ van alle drie de kanten hardlopend te bedwingen. Ik wil dan in (geschat) 10 uur het totaal van 68 km een 4400 hm gaan volbrengen.
Rob Koopmans








Wow, Rob, stil van.. Heel bijzonder in alle opzichten, ik kan me voorstellen erg intens voor jullie.