Zenuwachtig !?

Wedstrijdzenuwen

Voor een doordeweekse training ben ik nooit zenuwachtig. Wat kan er immers misgaan? En dan… is het tijd voor een wedstrijd. Ineens maak ik me overal benauwd over. Dit is een greep uit mijn pre-wedstrijdgedachten en -handelingen:

Twee dagen voor de wedstrijd

OK, laatste check. Is mijn outfit schoon en hangen de goede sokken al te drogen? Kan ik het alvast op een stapeltje leggen zodat ik het niet vergeet? Dan ligt het tenminste lekker in de weg…

Heb ik echt mijn startbewijs in de envelop gelaten? Toch even kijken. En er was ook een mailtje van de organisatie, toch? Staat daar nog iets in wat ik eerder over het hoofd zag? Even kijken hoor. En nog een keer. Niet per ongeluk weggooien.

De dag voor de wedstrijd

Vandaag moet ik goed eten en drinken. Goede vochtinname is vooral de dag voor de wedstrijd belangrijk. Water, water, water. Ik drink me een slag in de rondte (voor mijn doen dan, het blijft best binnen de perken). Geen gekke dingen eten, om te voorkomen dat die darmen iets geks gaan doen. Pasta dan maar: een flink bord spaghetti zonder ingewikkelde kruiden of vleessoorten. Volkoren spaghetti natuurlijk. Als het eten op is niet vergeten om de outfit definitief klaar te leggen. Want stel dat je voor een hardloopwedstrijd je hardloopschoenen vergeet. Leeg flesje ernaast, de kans dat ik vergeet te drinken van tevoren is namelijk wel reeël… Moeten plassen tijdens een race is gewoon niet fijn.

D-day

De wedstrijddag breekt aan. Ongeacht het tijdstip van start sta ik bijtijds op. Ik houd me vast aan mijn gebruikelijke ontbijt van kwark met fruit en een paar boterhammen bij een latere start. Ondertussen check ik de laatste berichten op Facebook en bij wedstrijden verder van huis de verkeers-/reisinformatie. Ik ga 365 keer plassen. Ik word een beetje stil (lekker rustig voor mijn omgeving) en maak allerlei berekeningen over hoeveel tijd nog tot het sowieso voorbij is. Ondertussen vertel ik mezelf dat het ook gewoon LEUK is en dat ik dit best kan. Vergeet ik echt niks? Snel de deur uit dan. Beter veel te vroeg dan net op tijd.

En start!

De ergste zenuwen ben ik – gelukkig! – altijd kwijt zodra ik veilig bij de start sta. Dan raak ik geconcentreerd en geniet ik van het gezelschap van lopers. Tel ik hardop mee af tot de start (terwijl ik op verjaardagen de liedjes playback, dus dat wil wat zeggen) en wordt het vanzelf, inderdaad: LEUK. Eenmaal over de finish vertel ik mezelf: volgende keer hoef ik me echt niet zo druk te maken.

Dat doe ik dan uiteraard wel. Voorbeeldje: gisteren liep ik de Bridge to Bridge in Arnhem, mijn eerste wedstrijd rond de 10 kilometer (6 EM). Ik vond het dus volledig legitiem om daar wat spanning voor te voelen. Dus gebeurde alles wat ik hierboven beschreef. Volgende keer beter..?

(bron: Flickr.com)

Lees ook:
Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.