Undercover

UndercoverVia verschillende websites kwam ik er achter dat er ontzettend veel en heel veel verschillende hardloopwedstrijden zijn, overal ter wereld. Ik hou het, voor nu, liever wat dichter bij huis. In Noord-Holland kan je kiezen uit zo goed als alle soorten wedstrijden die er zijn. Alleen echte bergen hebben we hier niet. Dus waarom zou ik het nu verderop zoeken (lees: Nijmegen, Berlijn, New York)?

Inmiddels had ik twee halve marathons gelopen, in Hoorn en Haarlem. Het leek mij een leuke afwisseling om een keer een korte afstand zo snel mogelijk te lopen. Ik koos voor de Spoorbuurtloop (zondag 5 juni ) in mijn geboortestad Alkmaar. Deze wedstrijd viel mij op, omdat alles net even wat anders is. Het parcours loopt zoals de naam al doet vermoeden door de Spoorbuurt, een volksbuurt met smalle straatjes en een tapijt van oude, soms scheefliggende klinkers. Het is een rondje van 2 kilometer, welke twee of vier keer moet worden gelopen. Een erg bochtig parcours bovendien. Het deed mij een beetje verlangen naar mijn kindertijd, toen ik rennend door de straten en steegjes van mijn buurt naar school ging.

De geboorte van een undercover topsporter

Ik kreeg meteen een ontzettende drive om deze wedstrijd in een snelle tijd te lopen. Ik was dagen aan het nadenken over mijn voorbereiding. Ik liep de wedstrijd in mijn hoofd wel duizend keer. Ik bedacht wat er allemaal nodig was om mij zo goed mogelijk voor te bereiden. Als een undercover topsporter begon ik in mijn hoofd en op papier allerlei dingen uit te werken. De wedstrijd was al begonnen en niemand wist het.
Het was inmiddels zes weken voor de wedstrijddag. Ik had een aantal weken achter elkaar wat langere lopen gedaan, van tussen de 5 en 10 kilometer. Ik had mij namelijk een maand geleden op de valreep ingeschreven voor de Beemster Erfgoed Marathon, op zondag 8 mei. Een halve marathon, waarbij het ook draait om de gezelligheid en de lekkere hapjes onderweg. Ik besloot om gewoon voor een mooie tijd te gaan en geen gekke dingen te doen. Ik wou met een goed gevoel de wedstrijd verlaten en snel weer herstellen, op weg naar de loop waar ik wil schitteren en mijzelf zal onthullen als parttime topsporter. Met de trainingen die ik had gedaan zou 1:50 een mooie tijd zijn. Doordat het zo ontzettend heet was die dag en er een flinke wind stond, kwam ik op 1:54 uit. Evengoed was ik tevreden en had ik genoten van de goede organisatie en het prachtige landschap.

Beide benen op de grond

Ik had een plan. Het plan was om van mij een hardloopwonder te maken en de 4 kilometerloop van de Spoorbuurtloop te winnen. Ik begon met het uitgangspunt, mijn huidige conditie en ervaring. Vanwege mijn verleden in het voetbal, weet ik dat ik een aardige conditie heb en een goede sprint. De conditie is wat weggezakt, maar daarvoor in de plaats heb ik een klein beetje hardloopervaring opgedaan. Ik moest binnen een aantal weken mijn conditie dus verbeteren.

Hoe snel moet ik hardlopen? Wat is een goede referentie? Ik keek op internet naar hardloopuitslagen. Ik keek naar uitslagen van de Spoorbuurtloop in de afgelopen jaren. Ik schrok van de snelheden op een dergelijk parcours (16 km/u!). Met een kleine aarzeling besloot ik om mezelf ten doel te stellen om de 4 kilometer in ongeveer 15 minuten te hardlopen. Een flinke uitdaging.

Ik moest gericht trainen op het parcours van de wedstrijd. De wedstrijd als het ware nabootsen. Het echte parcours is te ver van huis of werk en bovendien veel te druk overdag. Ik begon te zoeken op internet, via afstandmeten.nl, naar een mooi stukje. Het moest voor een deel over klinkers gaan, veel bochten hebben en 4 kilometer lang zijn. Uiteindelijk vond ik een mooi rondje, waarbij ik 800 meter over klinkers in slechte staat liep en ongeveer 1600 meter over klinkers in goede staat. In totaal kwam ik 39 bochten tegen.

Vijf weken van tevoren liep ik mijn eerste gerichte loop. Ik had geprobeerd een snel tempo te lopen, maar ik begon te snel en was daardoor genoodzaakt steeds ietsje langzamer tot lopen. Ik kwam op 16:20 uit. Ik stond weer met beide benen op de grond. Een grote teleurstelling dat ik voor mijn gevoel nog zo ver van de ideale tijd verwijderd was.

Wat goed is komt sneller

Een paar dagen later besefte ik me dat ik deze teleurstellende tijd liep precies vijf dagen na de halve marathon. Vandaar ook dat ik zo moe werd na afloop van mijn eerste gerichte loop. Hierdoor werd ik weer een stuk positiever. Want wat zou ik dan hebben gelopen zonder een halve marathon in de benen? Een week later liep ik hetzelfde parcours en kwam ik tot 15:50. Ik was vooral blij dat ik een constant snel tempo kon blijven lopen. Langzaamaan voelde ik me steeds iets fitter. Dit merkte ik ook als ik naar mijn werk fietste. Normaal gesproken ging ik met een slakkengang de grote brug op, nu daagde ik mijzelf uit om in een snel tempo de top te bereiken. En terug naar huis nog een keer. Het fietsen zorgde ook voor een manier van ontspanning, op de momenten dat je lichaam alleen maar roept: “Spierpijn!”

Twee weken voor de wedstrijd kon ik een nog iets sneller tempo lopen, waarbij ik op het eind licht kon versnellen. Mijn tijd werd 15:25. Het ging steeds beter. Ik dacht bij mezelf na over welke stappen ik nu nog moet zetten. De wedstrijd had ik vaak gevisualiseerd. En altijd liep ik achter iemand aan. De laatste stap die ik nu moet zetten is het wennen aan het tempo van 15 minuten per 4 kilometer, zodat ik nog een fatsoenlijke sprint kan aangaan. De volgende dag besloot ik om eens te kijken wat ik nog zou kunnen, nadat ik de dag daarvoor vol gas 4 kilometer had gelopen. Ik liep uiteindelijk een afstand van 3,6 kilometer met een klimmetje (brug) in een tijd van 15:45. Ik was heel tevreden. Dit moet goed komen, dacht ik. Volgende week nog één test. En dan rustig wachten op de wedstrijd.

De laatste week

Mijn dagen als undercover topsporter werden steeds spannender. Hoe dichter je bij de wedstrijd komt, hoe meer momenten er komen dat je aan jezelf gaat twijfelen. Zal ik goed slapen de nacht voor de wedstrijd? Heb ik wel genoeg getraind? Wat als ik val bij de start? Wat als ik te snel start? Wat als ik gebeten wordt door een Boliviaanse boskikker?

In de laatste week kreeg ik het gevoel dat ik mij niet meer zo moest focussen op de tijd. Een snelle hardlooptraining met wat intervallen, gewoon van het werk terug naar huis. Dat zou een mooie afsluitende test zijn. Ik was nu wel klaar met het rondje dat ik meerdere keren had gelopen. Mijn snelheid was voldoende. Nu kwam het aan op de laatste kilometer. Zou ik kunnen versnellen in het laatste deel van de wedstrijd? De intervaltraining was een mooie afwisseling. De dagen daarna nam ik rust en trok ik soms sprintjes op de fiets, gewoon omdat het een lekker gevoel gaf en ik mij niet kon inhouden.

Met de tijd die ik beschikbaar had om te trainen, heb ik er alles aan gedaan om mij voor te bereiden op een goede wedstrijd. Ik had genoten van de uitdaging die ik vond en aanging. Nu kwamen die gezonde spanningen weer. De twijfel. De vragen. Het voelt akelig en goed tegelijk. Ik weet dat dit er bij hoort en dat het na honderd meter hardlopen wegebt. Nog drie dagen en ik ga knallen. En dan ben ik niet meer undercover.

Lees ook:

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.