Geduld en ongeduld op weg naar Egmond

(foto eigendom van Looptijden.nl)

Vanaf juni ben ik al bezig om mijzelf voor te bereiden op mijn volgende doel: de halve marathon van Egmond. Niet alleen meer dan 20 kilometer hardlopen, maar ook nog eens door de duinen en over het strand. En in de winter. Een mooie uitdaging dus.

Ik had al meerdere trainingslopen gedaan met heuvels en stukjes strand. Het mooie is dat heuvels (duinen, bruggen, fietstunnels, verkeersdrempels) ook kunnen dienen als onderdeel van een soort intervaltraining. Mijn conditie ging dus ook langzaamaan vooruit. In september kreeg ik de kans om weer wat ervaring op te doen door middel van twee wedstrijden: de Marktstadrun en de Damloop by Night. Terugkijkend op deze lopen ben ik inderdaad weer wat wijzer geworden als hardloper.

Ongeduld

De Marktstadrun kent verschillende afstanden en ik liep de halve marathon. Het parcours is afwisselend, door stad (Purmerend) en land (park, bos en polder). Ik wilde onder mijn eerdere tijden duiken (1:49, 1:54, 1:55). Op basis van mijn trainingstijden en het feit dat ik veel meer getraind had dan voor de vorige wedstrijden moest dit met gemak gaan lukken. Op de dag zelf was het een beetje benauwd en bewolkt. Gelukkig niet zo warm als een paar dagen daarvoor.

Vanwege mijn uiterst scherpe streeftijd van 1:35 (ook wel uitdaging genoemd) ging ik redelijk snel van start. De eerste kilometers zoekt iedere hardloper naar zijn plek in het veld: het is inhalen en ingehaald worden. Door het relatief kleine deelnemersveld bij deze afstand (rond de 100 deelnemers) was het overzichtelijk maar niet eenzaam. Ik zag altijd iemand voor mij en achter mij.

Zo rond kilometer zeven werd ik door meerdere hardlopers ingehaald. Ging ik langzamer? Gingen zij sneller? Ik merkte aan mijn tussentijden dat ik langzamer ging. Per kilometer 4:30 lopen op zo’n afstand was toch teveel gevraagd voor mij. Ik wilde te snel sneller zijn en dat voelde ik. Ik probeerde een eigen tempo te vinden en ondertussen kon ik gelukkig genieten van het mooie landschap. Het werd benauwd en dat liep niet prettig. Gelukkig bracht een kleine regenbui de verkoeling die ik zocht.

Vanaf kilometer 15 voelde ik mij weer stukken beter. Ik wierp een blik op de lopers voor mij. Wellicht kon ik deze mensen nog inhalen. Ik moest mij noodgedwongen inhouden, omdat ik mij verslikte in een gelletje. Na een paar minuten hoesten ging het weer. Via een woonwijk kwam ik aan bij de grote brug. Hier ergens begon kilometer 17, wist ik. Hier werd het ook drukker. Het parcours van de kortere afstanden kwam hier namelijk weer samen met het parcours van de halve marathon. Een aantal hardlopers die mij eerder hadden ingehaald zag ik voor mij lopen. Die waren voor mijn gevoel ‘binnen handbereik’. Met een versnelling kon ik er een aantal inhalen. Vlak voor het einde moest ik inhouden. Toch iets te vroeg de versnelling geplaatst. Met de finish in zicht probeerde ik een sprint te starten, maar het werd meer een lichte versnelling. Mijn tijd was een nieuw persoonlijk record: 1:41:23. Een mooie wedstrijd. Toch had ik, met mijn terugkerende ongeduld tijdens de wedstrijd, het gevoel dat er meer in had gezeten.

Geduld

Nog geen twee weken later kreeg ik de kans deel te nemen aan de Damloop by Night. Iets meer dan acht kilometer rennen door een steeds donker wordend Zaandam. Ik had het gevoel dat mijn doel dit keer realistischer was, met een streeftijd van 36 minuten. Dit komt neer op precies 4:30 per kilometer. Bij de start was het ontzettend druk. Het leek wel of ik op een festival stond, met al die muziek en danseressen op podia. Een paar minuten na het startschot ging ik over de startstreep en begon het avontuur.

Ondanks de brede weg was het dringen en manoeuvreren. Nog nooit heb ik zo’n drukke wedstrijd meegemaakt. Inhalen is ook een kunst, merkte ik. Het kost extra energie, omdat je constant moet corrigeren om niet te struikelen over andermans benen of een stoeprand. Ik besloot niet krampachtig te zoeken naar mijn eigen (snellere) tempo en daarmee te snel in te halen. Ik haalde in wanneer dat makkelijk te doen was. Na twee kilometer gaf mijn klokje tien minuten aan. Ik accepteerde mijn langzamere start en nam mij voor om de tweede helft te knallen. Gefocust en toch redelijk relaxed liep ik de volgende kilometers. Hoe verder ik liep en hoe meer mensen ik had ingehaald, hoe meer ruimte er was. Ondertussen kon ik ook rondkijken en genieten van het publiek en de sfeer. De grote brug kwam in zicht en dankzij mijn trainingen verwerkte ik deze ‘heuvel’ goed. In de afdaling lag de helft van het parcours. Op mijn klokje stond 19:45. Ik nam mij voor om de afdaling nog even het geduld op te brengen en kalm te blijven. Dan kon ik daarna beginnen aan mijn versnelling.

Toen ik beneden langs de waterkant liep, voelde de eerste stappen van mijn versnelling goed. Alsof ik eindelijk los mocht, na vier kilometer gevangenschap. Doordat ik zoveel hardlopers inhaalde, kreeg ik een hoop nieuwe energie. Ik was volledig gefocust. Geen blik op mijn horloge. Gewoon gaan. Even leek het minder te gaan, zo ongeveer bij kilometer zeven. Daarna weer de focus. Hoe dichter bij de finish, hoe sneller ik leek te gaan. Het voelde heerlijk. Wat geweldig als je op het laatst zoveel meer over hebt dan de hardlopers om je heen. Mijn eindtijd werd 36:16. Een prachtige tweede helft leidde tot deze mooie eindtijd. Eindelijk had ik het geduld om in een wedstrijd te wachten.

Egmond

Het zijn ervaringen die ik weer meeneem naar de volgende wedstrijd: de halve marathon van Egmond. Deze wedstrijd zal weer een heel nieuwe ervaring zijn. Ik kijk er naar uit om daar aan de start te verschijnen. Eerst nog trainen en kilometers maken. Ik kan niet wachten. Nog even geduld.

Lees ook:

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.